DE DIVA ONDER DE BRITS
KORTHAREN
SHADED SILVER / CHINCHILLA
Als je het over de Brits Korthaar hebt dan denken velen in
eerste instantie aan blauw - oftewel de (vroegere) Karthuizer. Dat er ook
andere kleuren bestaan zal een leek pas op een tentoonstelling duidelijk worden
èn dat er ook iets heel bijzonders bij de Brits Kortharen bestaat: de shaded
zilver/ chinchilla! Bestaat dat dan ook in korthaar? is vaak de vraag van
leken en dat terwijl deze variëteit reeds sinds 1983 erkend is en deze katten
ook op tentoonstellingen veel succes hebben. Maar als men dan een shaded zilver
voor het eerst ziet, dan stokt sommigen de adem: zo wat moois met die grote
groene ogen alsof ze opgemaakt zijn! En voor men het weet is men aan deze
variëteit verknocht.
Het verschil tussen de shaded zilver en de chinchilla ligt
alleen in de tipping: een shaded zilver is wat sterker gepigmenteerd dan een
chinchilla, want die is bijna wit. Wit? Maar nee toch, het zijn genetisch
zwarte katten. Dan kan men het beste het effect van sneeuw als voorbeeld nemen:
kleurloos, maar door de werking van het licht lijkt het wit, maar dan wel met
een zilveren glans, vooral als veel licht op zo'n kat valt: een lamp of de zon.
De 'kleur' manifesteert zich allen in de punten van de haren en dan ook nog
alleen op de 'bovenkant' van de kat (gezicht, kop, rug, flanken). Soms treden
streepjse op in de staart en op de poten. De groep van 'zilvers' is nogal
groot: shaded zilver, chinchilla, smoke, zilver tabby, zilver spotted en
zilver gestreept. Allen hebben zij het gen voor zilver (Inhibitor). Dat dit
dominante gen de ondersteuning van polygenen nodig heeft, blijkt vaak heel
duidelijk als men een fokonzuivere zilver voor zich heeft, b.v. uit golden x
zilver. Dan kan rufisme optreden: een gele tint in de zilveren vacht, die
volgens de rasstandaard ongewenst is. Maar ja, het is toegestaan en vaak ook
noodzakelijk de groenogige zilver katten met groenogige niet-zilver katten
(b.v. shaded x golden) te paren, wat heel vaak schitterende resultaten
oplevert. Toch raad ik fokkers aan die uitsluitend zilver willen fokken geen
golden in te fokken, aangezien het risico van rufisme groot is. Soms zie je het
niet eens bij een kitten, maar het treedt pas later op. Het kan ook een
jojo-effect hebben: eens hier en dan daar en dan weer weg.
De scheiding van shaded en chinchilla - in Engeland b.v.
zijn het allen chinchilla - brengt regelmatig met zich mee, dat katten tussen
wal en schip geraken: net ietsje te donker voor chinchilla, maar toch veel te
licht voor een shaded. Een kenmerk zijn volgens de standaard bij de shaded de
sporen: van voetzool tot maximaal buiging dienen de achterpoten sporen te
vertonen. Regelmatig zie je shaded zonder en chinchilla met sporen. Als hier
door de keurmeesters niet te veel aandacht aan wordt besteed, dan 'glipt' zo'n
iets te donkere chinchilla als shaded er door. In ieder geval zijn de shaded/chinchilla in de afgelopen
jaren bezig om een vaste plek bij fokkers en op tentoonstellingen te
veroveren. Na de blauwen zijn zij het meest vertegenwoordigd!
En dan sluipt de laatsten jaren een nieuw fenomeen binnen:
de Brits Korthaar GOLDEN! Exact hetzelfde als de shaded, echter zonder zilver.
Daardoor is de kleur die bij de zilvers 'zilver' (of kleurloos) is, bij de
golden - hoe kan het anders zijn - goudkleurig. Eigenlijk is het de
natuurlijke kleur van een kat, maar door selectie op de warme gouden kleur zijn
door inspanning van een groepje fokkers de golden ontstaan, waarvan de vacht
echt goudkleurig is met - zoals bij de shaded - een zwarte tipping. Toen ik de
eerste golden had, was ik van mening dat - vooral de leken - deze katten als te
gewoontjes zouden afdoen in vergelijking met de zilvers. Maar daar heb ik mij
gelukkig in vergist. De golden veroveren steeds meer de harten van de
liefhebbers/fokkers. Ook op tentoonstellingen ziet men ze regelmatig en soms
zelfs op het podium!
Bij erkenning van een variëteit is het gebruikelijk dat ook
de verdunningen van een kleur mee worden erkend, aangezien deze makkelijk
kunnen vallen. Bij de zwart golden is dit merkwaardig genoeg niet gebeurd.
Vergeten? En nu zijn er inmiddels verdunningen van gevallen: het allernieuwste
fenomeen de BLUE GOLDEN! Zelfs door keurmeesters wordt ik regelmatig gevraagd
hoe zoiets er uitziet. Gewoon: blauwe tipping en dan een kleur, ja wat voor een
kleur? Het is geen crème, maar ook geen beige. De Duitsers hebben daar een heel
treffende omschrijving voor gevonden: havermoutleurig. Maar ook dat is niet
exact. Je moet het gewoon zien en je zult dan van deze zeldzaam warme, maar
tegelijk ook koude kleur verrukt zijn. Felikat zal op de komende
FIFé-bijeenkomst ervoor pleiten, dat deze kleur aan de EMS-lijst toegevoegd
wordt, opdat deze verdunning van zwart golden ook een plaatsje op de shows
krijgt!
De zilvers, zwart golden en blue golden worden uiteraard
niet alleen als tipping katten gefokt, maar ook - en dat kan ook niet anders -
met patronen. Een fokster die hier heel veel pionierswerk heeft verricht en die
net als ondergetekende van deze kleuren helemaal verrukt is, is Maria Wellmeyer
(cattery Marvellous) in Duitsland. Haar bereidheid om goede katten aan fokkers
af te staan opdat een zo breed mogelijk palet voor de fok ontstaat, heeft ertoe
bijgedragen dat er nu ook in Nederland een Brits Korthaar blue golden spotted
te bewonderen valt en ook voor de fok van deze zeer aparte kleur wordt ingezet.
Nog zijn ze zeldzaam, maar dat zal zeker niet zo blijven.
De fokkers (die in eerste instantie uiteraard liefhebbers
zijn) van zilvers, met tipping en met patronen, en vooral van zwart golden en
blue golden, zijn er nog lang niet! Maar zoals een goede fokker van welk ras en
welke variëteit dan ook weet: om de standaard zo goed mogelijk met zoveel
mogelijk katten te benaderen kan men niet op lauweren uitrusten, maar moet men
waakzaam blijven. Wij krijgen ruwe diamanten in handen, maar moeten deze nog
tot een mooi resultaat slijpen. En een ding mag dan ook nooit uit het oog
verloren raken: een lief karakter van een kat is tenminste net zo belangrijk
als een mooi uiterlijk!
Jadwiga Kluiter-Jassyk
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De verrassingen van recessieve genen
door Jadwiga Kluiter-Jassyk
Een stamboom is volgens mijn opvatting geen kwaliteitsbewijs
voor de kat - dat is de kat zelf – maar wel een heel belangrijke
informatiebron. Vooral daar waar het om recessieve genen gaat. Gelukkig is de
cat fancy heden open en ook voorouders die men liever niet in een stamboom
heeft, worden als het goed is niet meer verzwegen. Dat was ooit wel anders.
Niet alleen dat de FIFé – en dan heb ik het over heel wat jaren geleden – de
catterynamen van katten die van onafhankelijke verenigingen bij de FIFé
verenigingen werden geïmporteerd doodleuk liet vervallen, zodat alleen de
voornaam van de kat met een jaarletter werd vermeld, ook werden lijnen die
volgens de toenmalige opvatting van fokken niet geheel door de beugel konden
eveneens weggelaten. Vandaag is dat haast niet te geloven, maar het gebeurde
wel. Vooral het weglaten van ‘ongewenste’ voorouders zorgde ervoor dat de
fokkers soms voor verrassingen kwamen te staan. Regelmatig werden voor kittens
met ‘ongewenste’ eigenschappen dan maar gemakshalve geen stambomen aangevraagd,
en dan heb ik het hier niet over echt ongewenste eigenschappen die nadelige
gevolgen voor de gezondheid van de katten zouden kunnen hebben, maar over niet
geplande/gewenste kruisingen, niet erkende kleuren, patronen en/of
vachtlengte/-structuur.
Even ter verduidelijking: recessieve genen zijn die genen
die een kat onder de dominante genen mee kan dragen zonder dat men deze
recessief verervende eigenschappen aan het uiterlijk van de kat ziet. B.v. een
kortharige kat die het gen voor langhaar draagt. Soms zelfs niet meer op de
stamboom zichtbaar en zolang men deze kat met fokzuivere kortharen verpaart
komt men daar ook niet achter, aangezien het gen voor korthaar dominant vererft
en men hooguit dragers van het gen voor langhaar kan krijgen. Allen in de
eerste generatie dominant x recessief weet men dat de nakomelingen dragers van
het recessieve gen zijn., b.v. langhaar x korthaar, dan dragen de kortharen
zeker het gen voor langhaar.
In dit artikel wil ik het graag hebben over het recessieve
gen voor point, het zogenaamde Himalayapatroon. U ziet het bij de Heilige
Birmanen en Siamezen: point x point geeft altijd point! U kunt het vergelijken
met langhaar x langhaar = altijd langhaar. Een kat met de kenmerken van een
uiterlijk dat uit uitsluitend recessieve genen bestaat is wat deze genen
betreft dan ook altijd fokzuiver (= homozygoot). Immers, onder een recessief
gen kan nooit en te nimmer een dominant gen worden ‘meegedragen’.
Jaren geleden werd ik door Duitse fokkers benaderd die aan
de betrouwbaarheid van een Duitse fokster twijfelden omdat zij opeens in een
nest een golden POINT had (Maurice vom Wahrberg). In de stamboom en in de
lijnen daarvoor was nergens een point kat te bekennen. Ik had daar wel een
verklaring voor en kon het wantrouwen tegenover de bewuste fokster wegnemen.
Daarvoor moet ik terug naar 1982, toen ik mijn eerste Brits
Korthaar (toen nog Europees Korthaar) zwart zilver shaded poes kocht bij een
fokster die lid was van Neocat, te weten Philippine Hester die onder de naam
Potentilla’s Europees Korthaar zilver shaded en chinchilla fokte. Ik was toen
trouwens de eerste die deze variëteit bij Felikat introduceerde. Niet alleen
dat mijn kat Potentilla’s Fenja-Fjodora haar catterynaam kwijtraakte, moest ik
haar ook nog in de nieuwelingenklasse uitbrengen!
Een grootvader van Fenja-Fjodora was de kater Joris, een
zwart zilver shaded die uit ‘onbekende ouders’ kwam. Dat zijn ouders onbekend
waren is uiteraard onzin, maar ja wat was er gebeurd: een Europees Korthaar
zwart zilver shaded kater had (per abuis?) een Perzische chocolate point poes
gedekt. Door de dominante genen voor zilver en agouti en omdat de kater het gen
voor choc niet had, werden er zwart zilver shaded nakomelingen geboren. Deze
Joris had alle kenmerken van een zwart zilver shaded Europees Korthaar, zodat
hij voor de fok mocht worden ingezet en een afstammingsbewijs kreeg ‘uit
onbekende ouders’.
Ursula Möller, die in Duitsland onder de catterynaam Vom Wahrberg
fokt, heeft toen de kater Polar’s Jenko, een zwart golden shaded, gekocht. Deze
kater was gefokt met een stamboom van de NKFV en Joris was een van zijn
overgrootouders. Ook Polar’s Jenko moest zijn catterynaam bij de 1.DEKZV
inleveren! Jenko werd jarenlang en veelvuldig als dekkater ingezet voor de fok
van Brits Korthaar zilver en golden shaded. Onder andere liet Anneliese Meyer in Duitsland, cattery Von
Felden, haar poes uit deze lijn Yara von Felden, een zwart zilver shaded, door
Jenko dekken. Deze poes ging dan terug naar Ursula Möller, die uit haar met een
Exotic zwart zilver shaded vader een kater fokte, te weten Golden Erasmus vom
Wahrberg, een zwart golden shaded. Tot dusver ging alles naar wens. Ware het
niet dat Ursula Möller Erasmus zijn moeder Yara liet dekken en toen was het
bingo: Maurice vom Wahrberg werd geboren als zwart golden shaded POINT! En dat
was de aanleiding dat men mij vanuit Duitsland benaderde met de vraag of ik
hiervoor een verklaring kon vinden. En die had ik gelukkig wel, omdat ik wist
dat Joris een point moeder had. Dus even vasthouden: Golden Erasmus vom Wahrberg en Yara von
Felden hadden beiden als voorouder Polar’s Jenko met voorouder Joris en Joris
had van zijn moeder het gen voor point gekregen (eerste generatie point x niet
point).
De wereld van de fokkers van de variëteit van zilver
shaded/chinchilla en golden bei de Brits Kortharen is niet erg groot. Zo kom je
elkaar als fokkers dan wel eens tegen door samen te werken en over en weer
katten uit te wisselen. Zo kocht ik van Angelika Niesel mijn mooie Lilli. De
meeste exposanten zullen haar kennen: Silver Eloise D’Oaxaca, vele malen BIS en
BOB, o.a. BOB bij de Brits Korthaar Special in Rosmalen in februari 2005 en de
moeder van de inmiddels ook bekende Jadwiga’s Valentino, die ‘terug’ is gegaan
naar Angelika Niesel.
Via bevriende fokkers in Duitsland die lid van een
onafhankelijke vereniging aldaar zijn kreeg ik Silver-Justinian vom Goldenen
Winkel. Hij was voor mij niet alleen interessant omdat ik hem veelbelovend vond,
maar vooral omdat zijn vader een fokje van mij is en de hele lijn daarachter
door mij in jarenlange inspanning werd opgebouwd. Je kent dan de katten en weet
– althans voorzover dat überhaupt mogelijk is – wat ‘daar dan achter zit’.
Uiteraard zag ik wel dat Justin als overgrootvader de ‘beruchte’ point-kater
Maurice vom Wahrberg in zijn lijn heeft en uiteraard zag ik ook dat Lilli diens
vader Golden-Erasmus vom Wahrberg (de point drager) in haar lijnen heeft. Ik
dacht toen aan de theorie van Mendel en hoopte dat de point factor bij een of
beide katten wellicht ‘uitgemendeld’ was. Van de andere kant tilde ik daar nu
ook niet zo zwaar aan, want het gaat bij de zilver (en golden) point om een
door de FIFé niet erkende variëteit en niet om een afwijking die negatieve
gevolgen voor de gezondheid van de nakomelingen zou kunnen hebben.
Het eerste nestje van Justin en Lilly is inmiddels geboren
en het is bingo: van de 4 kitten zijn er 2 zilver point! Ik had tot dusver nog
geen ervaring met zilver points en dacht en hoopte dat het om chinchilla of
zeer lichte shaded zou gaan. Met argusogen zocht ik elke dag naar een tipping
in de vachten van deze twee. Maar ze bleven ‘wit’. Uiteindelijk viel mij op dat
de randjes van de oren en de staart een zeer licht tipping begonnen te
vertonen, terwijl het lichaam zonder tipping bleef. Toen de oogjes open waren
heb ik maar wat foto’s met flitslicht genomen. En ja, de twee ‘verdachte’
kittens hadden op de foto’s rode ogen en de twee duidelijk niet-point hadden
dat niet. Ik moest aan dit idee eerste wennen, want de bedoeling was het niet.
Maar als ik de kittens nu zo zie: ze zijn prachtig. Een heel heldere
lichaamskleur met ietsje kleur op de staart en in het gezichtje, het steenrode
neusje met een zwart randje en inmiddels zijn ook de voetzolen zwart. En dat
alles kijkt mij aan met grote helder blauwe ogen……
Met dit artikel wil ik eigenlijk zeggen hoe
belangrijk het
is dat men alle voorouders en/of gegevens die men van een kat weet en
kent wel
in de stambomen moet vermelden, opdat men weet waar men aan begint en
niet voor
verrassingen komt te staan zoals dat Ursula Möller overkwam toen
zij opeens met
een point werd geconfronteerd. Dat wil niet zeggen dat meteen alles
maar erkend
moet worden waarmee ons de natuur zoal verrast. Er zijn ook rassen waar
de
kleur deel uitmaakt van de standaard, zoals b.v. het zilver bij de
Burmilla (Burm van Burmees en illa van chinchilla) of het blauw bij de
Blauwe Rus. Of bij rassen
waar specifieke kenmerken voor het uiterlijk van dat ras door het inbrengen van bepaalde kleuren
en/of eigenschappen verloren dreigen te gaan. Maar dat is een andere discussie.
juli 2006
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Brits Korthaar Golden
Verslag van de discussie over golden tipping en ticking
op de British Winner Show in Gorredijk op 17 oktober 2009
door Jadwiga Kluiter-Jassyk
De Brits Korthaar Club van Mundikat heeft op 17 oktober 2009
in Gorredijk een internationale tentoonstelling georganiseerd waar alleen Brits
Kortharen aan deel konden nemen. Een unieke en gedurfde onderneming, want op
een internationale tentoonstelling moeten conform de FIFé regels tenminste 150
katten worden ingeschreven. In Gorredijk werden het uiteindelijk echter veel meer,
namelijk 190! Een getal waar de organisatie best trots op mag zijn. Onder de
ingeschreven katten waren er maar liefst 23 Goldens, waarvan 10 golden shaded. Voor
deze kleur een behoorlijk aantal. Dit was een prachtige kans om maar eens het
dilemma van de golden shaded door en met keurmeesters te bespreken. Het dilemma
waar de fokkers/eigenaren van de golden shaded al jaren mee te maken hebben is
ongevraagde determinatie op tentoonstellingen van tipping (= shaded) naar
ticking. Op zich is een (juiste) determinatie te begroeten, ware het niet dat
de golden (en zilver) Brits Kortharen in de variëteit van ticking (EMS-code 25)
door de FIFé niet erkend zijn! Dit betekent dan steeds geen punt voor een titel,
geen kans voor een BIV of nominatie. En dat is zuur.
Wat is het verschil
tussen tipping en ticking?
In ieder geval zijn beide varianten een tabbypatroon en
derhalve dragen deze katten tenminste een (dominant) gen voor agouti.
Tipping (= shaded of shell)
Het grootste gedeelte van de haren is ongepigmenteerd. De
kleur beperkt zich tot de uiterste top van de haren.
Ticking (ook wel Abessijnen ticking genoemd)
De afzonderlijke haren vertonen niet alleen in de uiterste
top de kleur, maar hebben in het bovenste gedeelte van de haren tussen de kleur
afzonderlijke lichtere banden. Men kan het eenvoudig omschrijven door te zeggen
dat de top van de haren over dwars gestreept is. Daardoor ontstaat een
gelijkmatige kleur op het gehele lichaam zonder een zichtbaar ander patroon en
lijkt de kat op een shaded. Het tickingpatroon is dominant boven alle andere
tabbypatronen en is zelfs epistatisch, d.w.z. onder het tickingpatroon kunnen
alle andere tabbypatronen worden gedragen. Eventuele strepen op poten en staart
van een ticked kat die verder heel egaal getickt is zouden erop kunnen wijzen
dat de kat niet fokzuiver voor ticking is.
De Determinatie
Zoals hiervoor al aangevoerd worden de Golden shaded (=
tipping), en vooral die katten waar de warme goudkleurige ondervacht eerder
bruin is en die daardoor nogal op een Abessijn kunnen lijken, regelmatig door
keurmeesters als ticking gedetermineerd. Bij katten met exact hetzelfde
patroon, maar die wel een warme goudkleurige ondervacht hebben, gebeurt dat
aanzienlijk minder. Dat ligt er uiteraard ook vaak aan dat deskundige, maar begripvolle
keurmeesters uit coulance een oogje dichtdrukken en de kat als shaded keuren.
Soms vertonen de katten die als golden shaded zijn
geregistreerd een ghostmarking van een ander patroon. Ook daar zijn de
keurmeesters het vaak niet eens of het nu b.v. een shaded met ghostmarking
betreft of een slechte tabby van een ander patroon.
De bespreking
Aangezien op de British Winner Show in Gorredijk de Goldens
in een voor deze variëteit bijzonder grote aantallen aanwezig waren, leende
deze show zich er uitstekend voor om eens keurmeesters aan de exposanten het
verschil van tipping en ticking bij de Goldens uit te laten leggen. Ad
de Bruijn en Eric Reijers
waren zo ‘moedig’ om zich aan dit onderwerp te wagen. Er werd een 5-tal Golden ‘shaded’
op het podium besproken: uiteenlopend van warm golden tot bruin en met een zeer
egaal patroon tot een patroon met ghostmarking. Het eerste wat opviel: alle
katten hadden in hun haren banden! Het waren allen ticking, ongeacht hoe egaal
het patroon ook was. De vraag rees nu of het wel überhaupt mogelijk is een tipping
patroon te krijgen zonder het (dominante) gen Inhibitor. Dit gen is het
zogenaamde zilvergen, dat bij de zilvers ervoor zorgt dat de eigenlijke kleur
van de kat tot in de punten van de haren als het ware wordt geschoven, waarbij
het overige haar zonder kleur blijft (= zilver). Met andere woorden: alleen in
de punten zit de kleur en de haren vertonen geen banden.
In feite zijn de Goldens niets anders dan zilvers zonder
zilver, hoe gek dit ook mag klinken. Een gen voor golden bestaat namelijk niet.
En de warme gouden kleur wordt verkregen door selectie van polygenen: door
katten voor de fok van golden in te zetten die een mooie warme golden
ondervacht hebben en naar mogelijkheid diepgroene ogen.
De discussie
Het werd al met al een zeer interessante discussie, waarbij
Erik aan de hand van een tekening liet zien wat een ‘echt’ ticking patroon moet
bevatten. Verder vertelde hij dat ALLE katten een tabbypatroon dragen, ook de
non-agouti (= effen). Bij non-agouti is het patroon bij de zwarte serie soms
bij kittens als ghostmarking te zien. Vertoont een kitten absoluut geen
ghostmarking, dan is het zeer goed mogelijk dat de kat een ticking patroon
heeft. Bij de rode serie blijft de ghostmarking van het patroon dat de kat
heeft vaak heel lang of zelfs permanent zichtbaar (het agouti gen werkt
namelijk niet bij rood), zodat het bij rood en crème soms heel moeilijk te zien
valt of het nu om een non-agouti (effen) of een agouti (tabby) gaat. Bij heel
mooi egaal effen rode of crème kun je bijna altijd er op aan dat het in feite
een ticking kat betreft.
Ad vertelde dat, indien hij een Golden shaded of shell op
tafel krijgt met een mooie warme goudkleurige ondervacht en prachtige groene
ogen, hij zich dan niet eens gaat in verdiepen of de haren nu getipt of getikt
zijn. Meestal ziet hij dat wel in een oogopslag, maar wil hij de exposanten een
overbodige en pijnlijke determinatie niet aandoen. Want dan zou er
waarschijnlijk geen golden als shaded overeind blijven. Er werd vanuit de
exposanten gesuggereerd of het niet een probleem is dat eens bij de
keurmeestercommissie besproken zou moeten worden. Vooral het feit dat sommige
keurmeesters klakkeloos tot determinatie overgaan. Maar het schijnt ook niet
bevorderlijk voor een discussie binnen de FIFé te zijn omdat dit probleem maar
in weinig landen speelt. Want de Goldens ziet men voornamelijk op shows in het
noorden van Europa en daar met name in Nederland, Duitsland en België. Alhoewel
de laatste jaren zeer regelmatig de Goldens vanuit Nederland en Duitsland naar
vele andere landen worden verkocht.
De Conclusie
Misschien heeft men ooit het tippingpatroon van de Goldens
te klakkeloos gelijkgesteld aan het tippingpatroon dat veroorzaakt wordt door
het zilvergen en pas nu, nu er Goldens in grotere getallen worden gefokt en op
shows te zien zijn, komt men er wellicht langzamerhand achter dat voor het
verkrijgen van een tippingpatroon het zilvergen noodzakelijk is. Aangezien de
in Gorredijk aanwezige katten met de verschillend ogende ‘shadedpatronen’ allen
de voor ticking noodzakelijke banden in hun haren hadden, zou men voorzichtig
de conclusie kunnen trekken:
geen tipping
zonder zilvergen Inhibitor.*)
Mocht inderdaad blijken dat deze conclusie juist is, dan zou
de FIFé (en ook alle andere verenigingen) de codering van de Goldens opnieuw moeten bekijken en zou de EMS-code
11 en 12 moeten worden vervangen door code 25! En de katten met een
ghostmarking zouden moeten worden geregistreerd als gemarmerd (22), gestreept
(23) en gevlekt (24). Dan kloppen de stambomen genetisch en hebben de fokkers
en keurmeesters geen determinatieprobleem meer. Maar vooral zijn de exposanten
niet langer overgeleverd aan de willekeur van keurmeesters en kunnen met een
gerust hart hun Goldens voor tentoonstellingen inschrijven!
Maar nu eerst vooral een woord van dank aan Ad
de Bruijn en Erik Reijers voor hun verhelderende bijdrage aan
deze interessante discussie.
*) Deze conclusie is reeds op grond van
ervaringen door menig fokker in Duitsland getrokken. O.a. door Angelika Niesel
(cattery D’Oaxaca) die al meer dan 20 jaar Goldens fokt. Op haar website staat
te lezen dat zij in al die jaren nog nooit een golden heeft gezien met een
tippingpatroon, maar uitsluitend met ticking.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------