Artikelen
Home
Geschiedenis
Poezen
Katers
Kastraten
Kittens

Shows
Artikelen
Links

DE DIVA ONDER DE BRITS KORTHAREN 

SHADED SILVER / CHINCHILLA

Als je het over de Brits Korthaar hebt dan denken velen in eerste instantie aan blauw - oftewel de (vroegere) Karthuizer. Dat er ook andere kleuren bestaan zal een leek pas op een tentoonstelling duidelijk worden èn dat er ook iets heel bijzonders bij de Brits Kortharen bestaat: de shaded zilver/ chinchilla! Be­staat dat dan ook in korthaar? is vaak de vraag van leken en dat terwijl deze variëteit reeds sinds 1983 erkend is en deze katten ook op tentoonstellingen veel succes hebben. Maar als men dan een shaded zilver voor het eerst ziet, dan stokt sommigen de adem: zo wat moois met die grote groene ogen alsof ze opgemaakt zijn! En voor men het weet is men aan deze variëteit verknocht.
Het verschil tussen de shaded zilver en de chinchilla ligt alleen in de tipping: een shaded zilver is wat sterker gepig­menteerd dan een chinchilla, want die is bijna wit. Wit? Maar nee toch, het zijn genetisch zwarte katten. Dan kan men het beste het effect van sneeuw als voorbeeld nemen: kleurloos, maar door de werking van het licht lijkt het wit, maar dan wel met een zilveren glans, vooral als veel licht op zo'n kat valt: een lamp of de zon. De 'kleur' mani­festeert zich allen in de punten van de haren en dan ook nog alleen op de 'boven­kant' van de kat (gezicht, kop, rug, flan­ken). Soms treden streepjse op in de staart en op de poten. De groep van 'zil­vers' is nogal groot: shaded zil­ver, chinchilla, smoke, zilver tabby, zilver spotted en zilver gestreept. Allen hebben zij het gen voor zilver (Inhibitor). Dat dit dominante gen de ondersteuning van polygenen nodig heeft, blijkt vaak heel duidelijk als men een fokonzuivere zilver voor zich heeft, b.v. uit golden x zilver. Dan kan rufisme optreden: een gele tint in de zilveren vacht, die volgens de rasstandaard onge­wenst is. Maar ja, het is toegestaan en vaak ook noodzakelijk de groenogige zilver katten met groenogi­ge niet-zilver katten (b.v. shaded x golden) te paren, wat heel vaak schit­terende resul­ta­ten oplevert. Toch raad ik fokkers aan die uitsluitend zilver willen fokken geen golden in te fokken, aangezien het risico van rufisme groot is. Soms zie je het niet eens bij een kit­ten, maar het treedt pas later op. Het kan ook een jojo-effect hebben: eens hier en dan daar en dan weer weg.
De scheiding van shaded en chinchilla - in Engeland b.v. zijn het allen chinchilla - brengt regelmatig met zich mee, dat katten tussen wal en schip geraken: net ietsje te donker voor chin­chilla, maar toch veel te licht voor een shaded. Een kenmerk zijn volgens de standaard bij de shaded de sporen: van voet­zool tot maximaal buiging dienen de achterpoten sporen te vertonen. Regelmatig zie je shaded zonder en chin­chilla met sporen. Als hier door de keurmeesters niet te veel aandacht aan wordt besteed, dan 'glipt' zo'n iets te donkere chinchilla als shaded er door.  In ieder geval zijn de shaded/chinchilla in de afgelopen jaren bezig om een vaste plek bij fokkers en op tentoonstel­lingen te veroveren. Na de blauwen zijn zij het meest verte­genwoor­digd!
En dan sluipt de laatsten jaren een nieuw fenomeen binnen: de Brits Korthaar GOLDEN! Exact hetzelfde als de shaded, echter zonder zilver. Daardoor is de kleur die bij de zilvers 'zil­ver' (of kleur­loos) is, bij de golden - hoe kan het anders zijn - goudkleu­rig. Eigenlijk is het de natuurlijke kleur van een kat, maar door selectie op de warme gouden kleur zijn door inspanning van een groepje fokkers de golden ontstaan, waar­van de vacht echt goudkleurig is met - zoals bij de shaded - een zwarte tipping. Toen ik de eerste golden had, was ik van mening dat - vooral de leken - deze katten als te gewoontjes zouden afdoen in vergelijking met de zilvers. Maar daar heb ik mij gelukkig in vergist. De golden veroveren steeds meer de harten van de liefhebbers/fokkers. Ook op tentoonstellingen ziet men ze regelmatig en soms zelfs op het podium!
Bij erkenning van een variëteit is het gebruikelijk dat ook de verdunningen van een kleur mee worden erkend, aangezien deze makkelijk kunnen vallen. Bij de zwart golden is dit merkwaar­dig genoeg niet gebeurd. Vergeten? En nu zijn er inmiddels verdunningen van gevallen: het allernieuwste feno­meen de BLUE GOLDEN! Zelfs door keurmeesters wordt ik regelma­tig gevraagd hoe zoiets er uitziet. Gewoon: blauwe tipping en dan een kleur, ja wat voor een kleur? Het is geen crème, maar ook geen beige. De Duitsers hebben daar een heel treffende om­schrijving voor gevonden: havermoutleurig. Maar ook dat is niet exact. Je moet het gewoon zien en je zult dan van deze zeld­zaam warme, maar tege­lijk ook koude kleur verrukt zijn. Feli­kat zal op de komende FIFé-bijeenkomst ervoor plei­ten, dat deze kleur aan de EMS-lijst toegevoegd wordt, opdat deze verdunning van zwart golden ook een plaatsje op de shows krijgt!
De zilvers, zwart golden en blue golden worden uiteraard niet alleen als tipping katten gefokt, maar ook - en dat kan ook niet anders - met patronen. Een fokster die hier heel veel pionierswerk heeft verricht en die net als ondergetekende van deze kleuren helemaal verrukt is, is Maria Wellmeyer (cattery Marvellous) in Duitsland. Haar bereidheid om goede katten aan fokkers af te staan opdat een zo breed mogelijk palet voor de fok ontstaat, heeft ertoe bijgedragen dat er nu ook in Neder­land een Brits Korthaar blue golden spotted te bewonderen valt en ook voor de fok van deze zeer aparte kleur wordt ingezet. Nog zijn ze zeldzaam, maar dat zal zeker niet zo blijven.
De fokkers (die in eerste instantie uiteraard liefhebbers zijn) van zilvers, met tipping en met patronen, en vooral van zwart golden en blue golden, zijn er nog lang niet! Maar zoals een goede fokker van welk ras en welke variëteit dan ook weet: om de standaard zo goed mogelijk met zoveel mogelijk katten te benaderen kan men niet op lauweren uitrusten, maar moet men waakzaam blijven. Wij krijgen ruwe diamanten in handen, maar moeten deze nog tot een mooi resultaat slijpen. En een ding mag dan ook nooit uit het oog verloren raken: een lief karak­ter van een kat is tenminste net zo belangrijk als een mooi uiterlijk!

Jadwiga Kluiter-Jassyk

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

De verrassingen van recessieve genen
door Jadwiga Kluiter-Jassyk

Een stamboom is volgens mijn opvatting geen kwaliteitsbewijs voor de kat - dat is de kat zelf – maar wel een heel belangrijke informatiebron. Vooral daar waar het om recessieve genen gaat. Gelukkig is de cat fancy heden open en ook voorouders die men liever niet in een stamboom heeft, worden als het goed is niet meer verzwegen. Dat was ooit wel anders. Niet alleen dat de FIFé – en dan heb ik het over heel wat jaren geleden – de catterynamen van katten die van onafhankelijke verenigingen bij de FIFé verenigingen werden geïmporteerd doodleuk liet vervallen, zodat alleen de voornaam van de kat met een jaarletter werd vermeld, ook werden lijnen die volgens de toenmalige opvatting van fokken niet geheel door de beugel konden eveneens weggelaten. Vandaag is dat haast niet te geloven, maar het gebeurde wel. Vooral het weglaten van ‘ongewenste’ voorouders zorgde ervoor dat de fokkers soms voor verrassingen kwamen te staan. Regelmatig werden voor kittens met ‘ongewenste’ eigenschappen dan maar gemakshalve geen stambomen aangevraagd, en dan heb ik het hier niet over echt ongewenste eigenschappen die nadelige gevolgen voor de gezondheid van de katten zouden kunnen hebben, maar over niet geplande/gewenste kruisingen, niet erkende kleuren, patronen en/of vachtlengte/-structuur.
Even ter verduidelijking: recessieve genen zijn die genen die een kat onder de dominante genen mee kan dragen zonder dat men deze recessief verervende eigenschappen aan het uiterlijk van de kat ziet. B.v. een kortharige kat die het gen voor langhaar draagt. Soms zelfs niet meer op de stamboom zichtbaar en zolang men deze kat met fokzuivere kortharen verpaart komt men daar ook niet achter, aangezien het gen voor korthaar dominant vererft en men hooguit dragers van het gen voor langhaar kan krijgen. Allen in de eerste generatie dominant x recessief weet men dat de nakomelingen dragers van het recessieve gen zijn., b.v. langhaar x korthaar, dan dragen de kortharen zeker het gen voor langhaar.
In dit artikel wil ik het graag hebben over het recessieve gen voor point, het zogenaamde Himalayapatroon. U ziet het bij de Heilige Birmanen en Siamezen: point x point geeft altijd point! U kunt het vergelijken met langhaar x langhaar = altijd langhaar. Een kat met de kenmerken van een uiterlijk dat uit uitsluitend recessieve genen bestaat is wat deze genen betreft dan ook altijd fokzuiver (= homozygoot). Immers, onder een recessief gen kan nooit en te nimmer een dominant gen worden ‘meegedragen’.
Jaren geleden werd ik door Duitse fokkers benaderd die aan de betrouwbaarheid van een Duitse fokster twijfelden omdat zij opeens in een nest een golden POINT had (Maurice vom Wahrberg). In de stamboom en in de lijnen daarvoor was nergens een point kat te bekennen. Ik had daar wel een verklaring voor en kon het wantrouwen tegenover de bewuste fokster wegnemen.
Daarvoor moet ik terug naar 1982, toen ik mijn eerste Brits Korthaar (toen nog Europees Korthaar) zwart zilver shaded poes kocht bij een fokster die lid was van Neocat, te weten Philippine Hester die onder de naam Potentilla’s Europees Korthaar zilver shaded en chinchilla fokte. Ik was toen trouwens de eerste die deze variëteit bij Felikat introduceerde. Niet alleen dat mijn kat Potentilla’s Fenja-Fjodora haar catterynaam kwijtraakte, moest ik haar ook nog in de nieuwelingenklasse uitbrengen!
Een grootvader van Fenja-Fjodora was de kater Joris, een zwart zilver shaded die uit ‘onbekende ouders’ kwam. Dat zijn ouders onbekend waren is uiteraard onzin, maar ja wat was er gebeurd: een Europees Korthaar zwart zilver shaded kater had (per abuis?) een Perzische chocolate point poes gedekt. Door de dominante genen voor zilver en agouti en omdat de kater het gen voor choc niet had, werden er zwart zilver shaded nakomelingen geboren. Deze Joris had alle kenmerken van een zwart zilver shaded Europees Korthaar, zodat hij voor de fok mocht worden ingezet en een afstammingsbewijs kreeg ‘uit onbekende ouders’.
Ursula Möller, die in Duitsland onder de catterynaam Vom Wahrberg fokt, heeft toen de kater Polar’s Jenko, een zwart golden shaded, gekocht. Deze kater was gefokt met een stamboom van de NKFV en Joris was een van zijn overgrootouders. Ook Polar’s Jenko moest zijn catterynaam bij de 1.DEKZV inleveren! Jenko werd jarenlang en veelvuldig als dekkater ingezet voor de fok van Brits Korthaar zilver en golden shaded. Onder andere liet  Anneliese Meyer in Duitsland, cattery Von Felden, haar poes uit deze lijn Yara von Felden, een zwart zilver shaded, door Jenko dekken. Deze poes ging dan terug naar Ursula Möller, die uit haar met een Exotic zwart zilver shaded vader een kater fokte, te weten Golden Erasmus vom Wahrberg, een zwart golden shaded. Tot dusver ging alles naar wens. Ware het niet dat Ursula Möller Erasmus zijn moeder Yara liet dekken en toen was het bingo: Maurice vom Wahrberg werd geboren als zwart golden shaded POINT! En dat was de aanleiding dat men mij vanuit Duitsland benaderde met de vraag of ik hiervoor een verklaring kon vinden. En die had ik gelukkig wel, omdat ik wist dat Joris een point moeder had. Dus even vasthouden: Golden Erasmus vom Wahrberg en Yara von Felden hadden beiden als voorouder Polar’s Jenko met voorouder Joris en Joris had van zijn moeder het gen voor point gekregen (eerste generatie point x niet point).
De wereld van de fokkers van de variëteit van zilver shaded/chinchilla en golden bei de Brits Kortharen is niet erg groot. Zo kom je elkaar als fokkers dan wel eens tegen door samen te werken en over en weer katten uit te wisselen. Zo kocht ik van Angelika Niesel mijn mooie Lilli. De meeste exposanten zullen haar kennen: Silver Eloise D’Oaxaca, vele malen BIS en BOB, o.a. BOB bij de Brits Korthaar Special in Rosmalen in februari 2005 en de moeder van de inmiddels ook bekende Jadwiga’s Valentino, die ‘terug’ is gegaan naar Angelika Niesel.
Via bevriende fokkers in Duitsland die lid van een onafhankelijke vereniging aldaar zijn kreeg ik Silver-Justinian vom Goldenen Winkel. Hij was voor mij niet alleen interessant omdat ik hem veelbelovend vond, maar vooral omdat zijn vader een fokje van mij is en de hele lijn daarachter door mij in jarenlange inspanning werd opgebouwd. Je kent dan de katten en weet – althans voorzover dat überhaupt mogelijk is – wat ‘daar dan achter zit’. Uiteraard zag ik wel dat Justin als overgrootvader de ‘beruchte’ point-kater Maurice vom Wahrberg in zijn lijn heeft en uiteraard zag ik ook dat Lilli diens vader Golden-Erasmus vom Wahrberg (de point drager) in haar lijnen heeft. Ik dacht toen aan de theorie van Mendel en hoopte dat de point factor bij een of beide katten wellicht ‘uitgemendeld’ was. Van de andere kant tilde ik daar nu ook niet zo zwaar aan, want het gaat bij de zilver (en golden) point om een door de FIFé niet erkende variëteit en niet om een afwijking die negatieve gevolgen voor de gezondheid van de nakomelingen zou kunnen hebben.
Het eerste nestje van Justin en Lilly is inmiddels geboren en het is bingo: van de 4 kitten zijn er 2 zilver point! Ik had tot dusver nog geen ervaring met zilver points en dacht en hoopte dat het om chinchilla of zeer lichte shaded zou gaan. Met argusogen zocht ik elke dag naar een tipping in de vachten van deze twee. Maar ze bleven ‘wit’. Uiteindelijk viel mij op dat de randjes van de oren en de staart een zeer licht tipping begonnen te vertonen, terwijl het lichaam zonder tipping bleef. Toen de oogjes open waren heb ik maar wat foto’s met flitslicht genomen. En ja, de twee ‘verdachte’ kittens hadden op de foto’s rode ogen en de twee duidelijk niet-point hadden dat niet. Ik moest aan dit idee eerste wennen, want de bedoeling was het niet. Maar als ik de kittens nu zo zie: ze zijn prachtig. Een heel heldere lichaamskleur met ietsje kleur op de staart en in het gezichtje, het steenrode neusje met een zwart randje en inmiddels zijn ook de voetzolen zwart. En dat alles kijkt mij aan met grote helder blauwe ogen……
Met dit artikel wil ik eigenlijk zeggen hoe belangrijk het is dat men alle voorouders en/of gegevens die men van een kat weet en kent wel in de stambomen moet vermelden, opdat men weet waar men aan begint en niet voor verrassingen komt te staan zoals dat Ursula Möller overkwam toen zij opeens met een point werd geconfronteerd. Dat wil niet zeggen dat meteen alles maar erkend moet worden waarmee ons de natuur zoal verrast. Er zijn ook rassen waar de kleur deel uitmaakt van de standaard, zoals b.v. het zilver bij de Burmilla (Burm van Burmees en illa van chinchilla) of het blauw bij de Blauwe Rus. Of bij rassen waar specifieke kenmerken voor het uiterlijk van dat  ras door het inbrengen van bepaalde kleuren en/of eigenschappen verloren dreigen te gaan. Maar dat is een andere discussie.

 juli 2006

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Brits Korthaar Golden
Verslag van de discussie over golden tipping en ticking
op de British Winner Show in Gorredijk op 17 oktober 2009
door
Jadwiga Kluiter-Jassyk

De Brits Korthaar Club van Mundikat heeft op 17 oktober 2009 in Gorredijk een internationale tentoonstelling georganiseerd waar alleen Brits Kortharen aan deel konden nemen. Een unieke en gedurfde onderneming, want op een internationale tentoonstelling moeten conform de FIFé regels tenminste 150 katten worden ingeschreven. In Gorredijk werden het uiteindelijk echter veel meer, namelijk 190! Een getal waar de organisatie best trots op mag zijn. Onder de ingeschreven katten waren er maar liefst 23 Goldens, waarvan 10 golden shaded. Voor deze kleur een behoorlijk aantal. Dit was een prachtige kans om maar eens het dilemma van de golden shaded door en met keurmeesters te bespreken. Het dilemma waar de fokkers/eigenaren van de golden shaded al jaren mee te maken hebben is ongevraagde determinatie op tentoonstellingen van tipping (= shaded) naar ticking. Op zich is een (juiste) determinatie te begroeten, ware het niet dat de golden (en zilver) Brits Kortharen in de variëteit van ticking (EMS-code 25) door de FIFé niet erkend zijn! Dit betekent dan steeds geen punt voor een titel, geen kans voor een BIV of nominatie. En dat is zuur.

Wat is het verschil tussen tipping en ticking?
In ieder geval zijn beide varianten een tabbypatroon en derhalve dragen deze katten tenminste een (dominant) gen voor agouti.
Tipping (= shaded of shell)
Het grootste gedeelte van de haren is ongepigmenteerd. De kleur beperkt zich tot de uiterste top van de haren. 
Ticking (ook wel Abessijnen ticking genoemd)
De afzonderlijke haren vertonen niet alleen in de uiterste top de kleur, maar hebben in het bovenste gedeelte van de haren tussen de kleur afzonderlijke lichtere banden. Men kan het eenvoudig omschrijven door te zeggen dat de top van de haren over dwars gestreept is. Daardoor ontstaat een gelijkmatige kleur op het gehele lichaam zonder een zichtbaar ander patroon en lijkt de kat op een shaded. Het tickingpatroon is dominant boven alle andere tabbypatronen en is zelfs epistatisch, d.w.z. onder het tickingpatroon kunnen alle andere tabbypatronen worden gedragen. Eventuele strepen op poten en staart van een ticked kat die verder heel egaal getickt is zouden erop kunnen wijzen dat de kat niet fokzuiver voor ticking is.

De Determinatie
Zoals hiervoor al aangevoerd worden de Golden shaded (= tipping), en vooral die katten waar de warme goudkleurige ondervacht eerder bruin is en die daardoor nogal op een Abessijn kunnen lijken, regelmatig door keurmeesters als ticking gedetermineerd. Bij katten met exact hetzelfde patroon, maar die wel een warme goudkleurige ondervacht hebben, gebeurt dat aanzienlijk minder. Dat ligt er uiteraard ook vaak aan dat deskundige, maar begripvolle keurmeesters uit coulance een oogje dichtdrukken en de kat als shaded keuren.
Soms vertonen de katten die als golden shaded zijn geregistreerd een ghostmarking van een ander patroon. Ook daar zijn de keurmeesters het vaak niet eens of het nu b.v. een shaded met ghostmarking betreft of een slechte tabby van een ander patroon.

De bespreking
Aangezien op de British Winner Show in Gorredijk de Goldens in een voor deze variëteit bijzonder grote aantallen aanwezig waren, leende deze show zich er uitstekend voor om eens keurmeesters aan de exposanten het verschil van tipping en ticking bij de Goldens uit te laten leggen. Ad de Bruijn en Eric Reijers waren zo ‘moedig’ om zich aan dit onderwerp te wagen. Er werd een 5-tal Golden ‘shaded’ op het podium besproken: uiteenlopend van warm golden tot bruin en met een zeer egaal patroon tot een patroon met ghostmarking. Het eerste wat opviel: alle katten hadden in hun haren banden! Het waren allen ticking, ongeacht hoe egaal het patroon ook was. De vraag rees nu of het wel überhaupt mogelijk is een tipping patroon te krijgen zonder het (dominante) gen Inhibitor. Dit gen is het zogenaamde zilvergen, dat bij de zilvers ervoor zorgt dat de eigenlijke kleur van de kat tot in de punten van de haren als het ware wordt geschoven, waarbij het overige haar zonder kleur blijft (= zilver). Met andere woorden: alleen in de punten zit de kleur en de haren vertonen geen banden.
In feite zijn de Goldens niets anders dan zilvers zonder zilver, hoe gek dit ook mag klinken. Een gen voor golden bestaat namelijk niet. En de warme gouden kleur wordt verkregen door selectie van polygenen: door katten voor de fok van golden in te zetten die een mooie warme golden ondervacht hebben en naar mogelijkheid diepgroene ogen.

De discussie
Het werd al met al een zeer interessante discussie, waarbij Erik aan de hand van een tekening liet zien wat een ‘echt’ ticking patroon moet bevatten. Verder vertelde hij dat ALLE katten een tabbypatroon dragen, ook de non-agouti (= effen). Bij non-agouti is het patroon bij de zwarte serie soms bij kittens als ghostmarking te zien. Vertoont een kitten absoluut geen ghostmarking, dan is het zeer goed mogelijk dat de kat een ticking patroon heeft. Bij de rode serie blijft de ghostmarking van het patroon dat de kat heeft vaak heel lang of zelfs permanent zichtbaar (het agouti gen werkt namelijk niet bij rood), zodat het bij rood en crème soms heel moeilijk te zien valt of het nu om een non-agouti (effen) of een agouti (tabby) gaat. Bij heel mooi egaal effen rode of crème kun je bijna altijd er op aan dat het in feite een ticking kat betreft.
Ad vertelde dat, indien hij een Golden shaded of shell op tafel krijgt met een mooie warme goudkleurige ondervacht en prachtige groene ogen, hij zich dan niet eens gaat in verdiepen of de haren nu getipt of getikt zijn. Meestal ziet hij dat wel in een oogopslag, maar wil hij de exposanten een overbodige en pijnlijke determinatie niet aandoen. Want dan zou er waarschijnlijk geen golden als shaded overeind blijven. Er werd vanuit de exposanten gesuggereerd of het niet een probleem is dat eens bij de keurmeestercommissie besproken zou moeten worden. Vooral het feit dat sommige keurmeesters klakkeloos tot determinatie overgaan. Maar het schijnt ook niet bevorderlijk voor een discussie binnen de FIFé te zijn omdat dit probleem maar in weinig landen speelt. Want de Goldens ziet men voornamelijk op shows in het noorden van Europa en daar met name in Nederland, Duitsland en België. Alhoewel de laatste jaren zeer regelmatig de Goldens vanuit Nederland en Duitsland naar vele andere landen worden verkocht.

De Conclusie
Misschien heeft men ooit het tippingpatroon van de Goldens te klakkeloos gelijkgesteld aan het tippingpatroon dat veroorzaakt wordt door het zilvergen en pas nu, nu er Goldens in grotere getallen worden gefokt en op shows te zien zijn, komt men er wellicht langzamerhand achter dat voor het verkrijgen van een tippingpatroon het zilvergen noodzakelijk is. Aangezien de in Gorredijk aanwezige katten met de verschillend ogende ‘shadedpatronen’ allen de voor ticking noodzakelijke banden in hun haren hadden, zou men voorzichtig de conclusie kunnen trekken: 
geen tipping zonder zilvergen Inhibitor.*)

Mocht inderdaad blijken dat deze conclusie juist is, dan zou de FIFé (en ook alle andere verenigingen) de codering van de Goldens opnieuw moeten bekijken en zou de EMS-code 11 en 12 moeten worden vervangen door code 25! En de katten met een ghostmarking zouden moeten worden geregistreerd als gemarmerd (22), gestreept (23) en gevlekt (24). Dan kloppen de stambomen genetisch en hebben de fokkers en keurmeesters geen determinatieprobleem meer. Maar vooral zijn de exposanten niet langer overgeleverd aan de willekeur van keurmeesters en kunnen met een gerust hart hun Goldens voor tentoonstellingen inschrijven!

Maar nu eerst vooral een woord van dank aan Ad de Bruijn en Erik Reijers voor hun verhelderende bijdrage aan deze interessante discussie.

*)         Deze conclusie is reeds op grond van ervaringen door menig fokker in Duitsland getrokken. O.a. door Angelika Niesel (cattery D’Oaxaca) die al meer dan 20 jaar Goldens fokt. Op haar website staat te lezen dat zij in al die jaren nog nooit een golden heeft gezien met een tippingpatroon, maar uitsluitend met ticking.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------